omgevingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bezien in relatie tot artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening (Apv);
uitweg: een directe overgang van een particulier erf op de rijbaan of een overgang op de rijbaan onderbroken door een verhardingsstrook (trottoir) en/of een plantsoenstrook al of niet gescheiden door een waterpartij;
weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, ofwel alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
rijbaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, ofwel elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden;
bedrijventerreinen: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied.