Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.19c

Gevaarlijke gebruikshonden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hoorn (APV) 6e wijz

a.. Het is anderen dan degene die met een hond een opleiding voor bewakings -, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie met goed gevolg heeft afgerond, verboden deze hond anders dan kort aangelijnd op of aan de weg te laten verblijven of te laten lopen. b.. Het is de eigenaar of de houder van een hond, die voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie wordt of gedeeltelijk is opgeleid, verboden deze hond anders dan kort aangelijnd op of aan de weg te laten verblijven of te laten lopen. c.. Het aanlijngebod als hiervoor bedoeld onder a en b geldt niet, indien de hond vergezeld gaat van de eigenaar of de houder die in het bezit is van ten minste een gedrags- en gehoorzaamheidscursus-1-diploma voor die betreffende hond. d.. Onverminderd het gestelde onder a en c in dit artikel is het aanlijngebod als omschreven in artikel 2.4.17 aanhef en onder a, van toepassing op degene die met een hond een opleiding voor bewakings-, opsporings- of verdedigingswerk bij een erkende instantie met goed gevolg heeft afgerond, alsmede op de eigenaar of de houder van een hond, die in het bezit is van tenminste een gedrags- en gehoorzaamheidscursu-s-1-diploma voor die betreffende hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel