Een krachtens mandaat te nemen besluit wordt in elk geval aan de terzake verantwoordelijke portefeuillehouder voorgelegd indien:
a. het desbetreffende besluit precedentwerking heeft of zal kunnen hebben;
b. het desbetreffende besluit afwijkt van, strijdt met of een aanvulling vormt op bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften;
c. het desbetreffende besluit afwijkt van een extern advies;
d. ten aanzien van het desbetreffende besluit tegenstrijdige interne adviezen zijn verstrekt;
e. het desbetreffende besluit overschrijding van kredieten ten gevolge heeft.