Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de UWO en met inachtneming van het hierna bepaalde:
**1..** de opdracht tot het volledig waarnemen van een andere betrekking wordt schriftelijk verstrekt door de directeur van de betreffende organisatorische eenheid;
**2..** onder een volledige waarneming wordt niet verstaan het vervangen van een ambtenaar gedurende vakantie en in gevallen, waarbij de waarneming slechts bestaat uit het lopende houden van de zaken en het eventueel afdoen van een enkele dringende aangelegenheid;
**3..** onder het waarnemen van een andere betrekking, die voor vergoeding in aanmerking komt, wordt mede begrepen de waarneming in het geval van een vacature;
**4..** voor de ambtenaar die wordt bezoldigd in schaal 7 of hoger van bijlage II A behorende bij de CAR, bestaat aanspraak op een vergoeding wegens waarneming indien een waarneming tenminste zes aaneengesloten weken heeft geduurd, in welk geval de waarnemingstoelage met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag wordt uitbetaald;
**5..** indien de waarneming van een betrekking aan meerdere ambtenaren wordt opgedragen, ontvangen deze gezamenlijk over de tijd van de waarneming een vergoeding, die gelijk is aan het bedrag, dat de hoogst gesalarieerde ambtenaar van de groep aan vergoeding zou hebben ontvangen, indien hij alleen met de waarneming belast zou zijn geweest. De verdeling van het bedrag van de vergoeding geschiedt pondsponds-gewijs naar verhouding van het salaris, dat door ieder van de ambtenaren, belastt met de waarneming, wordt genoten.