Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Kerkrade

1.. Voor de aflopende toelage als bedoeld in artikel 26 geldt als berekeningsbasis het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag, dat de ambtenaar over de 12 kalendermaanden, onmiddellijk voorafgaand aan de datum, waarop de in artikel 26 bedoelde blijvende verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelage onregelmatige dienst heeft genoten, te verminderen met het bedrag, dat hij daarna in totaal per maand gaat genieten aan toelage onregelmatige dienst en aan verhoging van het salaris, anders dan die wegens algemene salarisverhogingen. 2.. De uitkeringsperiode voor de aflopende toelage is gelijk aan het, naar boven op een maand afgeronde één vierde gedeelte van de tijd, gedurende welke de ambtenaar, onmiddellijk vooraf­gaand aan het tijdstip van de in artikel 26 bedoelde blijvende verlaging van de bezoldiging en toelage wegens onregelmatige dienst zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Aan de uitkeringsperiode voor de aflopende toelage is een maximum verbonden van drie jaren. 3.. De uitkeringsperiode voor de aflopende toelage wordt in drie gelijke delen gesplitst, waarbij - te beginnen met het eerste deel - afronding naar boven op een hele maand plaatsvindt, met dien verstande, dat hierdoor de ingevolge het vorige lid vastgestelde totale duur van de uitkeringsperi­ode van de toelage niet mag worden overschreden. Gedurende deze drie deelperio­den bedraagt de toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25% van de voor de desbetreffende maand(en) van toepassing zijnde berekeningsbasis. 4.. De in artikel 26 bedoelde aflopende toelage vangt aan op de dag, waarop de blijvende inkom­stenvermindering ingevolge artikel 26 intreedt. Wijzigingen van de aflopende toelage, voortvloei­ende uit mutaties, gaan in op de eerste dag van de maand, volgende op die waarin die mutaties hebben plaatsgevonden. 5.. De aflopende toelage wordt niet uitbetaald over een maand waarop een berekeningsbasis van toepassing is lager dan 3% van de som, als bedoeld in artikel 26, eerste lid onder a, zoals deze gold op de dag, voorafgaande aan die waarop de in artikel 26 bedoelde blijvende inkomstenver­mindering intrad. 6.. Ingeval van een algemene salariswijziging wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een fictieve wijziging van het in het eerste lid bedoelde bedrag, van het door de ambtenaar gemiddeld per maand genoten bedrag aan toelage onregelmatige dienst, alsmede van de in artikel 26, eerste lid onder a bedoelde som, zulks tot het percentage van deze algemene wijziging of tot een bedrag naar rato indien de salariswijziging niet of niet volledig in percenten plaatsvindt. 7.. In geval binnen één jaar na de ingangsdatum van een aflopende toelage aanspraak ontstaat op een nieuwe aflopende toelage, geldt voor laatstbedoelde toelage in zoverre een afwijkende bereke­ningsbasis, dat hiervoor in lid 1 van dit artikel, in plaats van de zinsnede "over de 12 kalender­maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de datum, waarop de in artikel 26 bedoelde blijvende verlaging van zijn bezoldiging intreedt" wordt gelezen "over de periode, liggende tussen de aanvangs­datum van de reeds bestaande aflopende toelage en de eerste dag van de maand, waarin een ink­omensvermindering intreedt in de zin van artikel 26, eerste lid welke aanspraak geeft op een nieuwe aflopende toelage." 8.. Het bepaalde in het eerste, vierde en zesde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de blijvende toelage. 9.. De blijvende toelage bedraagt 100% van de berekeningsbasis welke voor de desbetreffende maand(en) van toepassing is. Bij overgang van de aflopende toelage in een blijvende toelage, als bedoeld in artikel 26, derde lid, blijft laatstgenoemde toelage echter bepaald op het percentage van de bereke­ningsgrondslag dat voor de berekening van de aflopende toelage ingevolge het bepaalde in artikel 27, derde lid laatstelijk van toepassing was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel