**1..** Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een
in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als
volle eenheid aangemerkt.
**2..** De oppervlakte van een reclameobject wordt vastgesteld als volgt:
indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord,
vlag, (span)doek, poster of soortelijk aankondigingsvoorwerp,
wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de
oppervlakte van de zijde van het voorwerp waarop de aankondiging
wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de
oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte
c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die
het voorwerp omsluit;
indien de openbare aankondiging bestaat uit het
aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de
aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien
het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald
door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van het denkbeeldige
rechthoek die het voorwerp omsluit;
indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een
combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift
met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het
reclameobject bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de
breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het
opschrift omsluit.
**3..** Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de
openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het
van de openbare weg zichtbare gedeelte van het
reclameobject.
Artikel 7
Berekening van de reclamebelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de reclamebelasting binnenstad Zutphen 2010