In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de door het college ingevolge artikel 160, lid 1 aanhef en onder h, van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt;
marktterrein: de openbare of voor het publiek vrij toegankelijke oppervlakte of ruimte, die door het college voor de uitoefening van de markthandel is aangewezen;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoopvan een artikel;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.
wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats.
anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;
standplaatsverbeteringslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats die in aanmerking willen komen voor een andere standplaats in aanmerking willen komen;
marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Zutphen 2006