Het is verboden te roken of vuur te hebben:
in een ruimte in gebruik als opslagplaats van den of meer van de stoffen genoemd in de regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188), onder a tot met h;
bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van brandbare vloeistoffen en (of) gassen kunnen veroorzaken;
bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare vloeistof of een brandbaar gas.
Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.4
Verbod open vuur en roken
Onderdeel van Verordening brandbeveiliging Gulpen-Wittem 2007