Naar hoofdinhoud
1. Voorlopige aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2. De overige aanslagen moeten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel