Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
de gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;
indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden, tenzij toestemming door de toezichthouder is verleend;
toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;
toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s;
uitzettingen van gelden korter dan één jaar vinden uitsluitend plaats binnen de wettelijke kaders van de wet Fido.