**1..** De inzet van voorzieningen is afhankelijk van de mogelijkheden en de capaciteiten van de klant, de voorzieningen die beschikbaar zijn en de beoordeling van de doelmatigheid van de voorziening voor de re-integratie van de klant.
**2..** Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen prioriteiten stellen in verband met financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen.
**3..** Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen.
**4..** Het college kan een ingezette voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 6 van deze verordening niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de belanghebbenden;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
**5..** Bij uitvoeringsbesluit stelt het college ten aanzien van de voorzieningen nadere regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
De intrekking of wijziging van de subsidie- en premieverlening of -vaststelling;
De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies;
Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van premies en subsidies.
**6..** Bij uitvoeringsbesluit kan het college voorzieningen instellen dan wel beëindigen.