Van de aanvrager wordt verwacht dat hij motiveert hoe de activiteiten die hij organiseert een bijdrage leveren aan drie of meer van de volgende doelstellingen:
a. het verbeteren van de sociale cohesie (samenwerkingsrelatie tussen inwoners);
b. de integratie (contacten tussen verschillende groepen inwoners);
c. de zelfredzaamheid van inwoners;
d. het versterken van eigen kracht van inwoners en hun sociale netwerken.
e. het voorkomen van sociaal isolement;
f. de inwonersparticipatie (deelname aan het maatschappelijk leven).
g. sociale activering naar (vrijwilligers)werk;
h. de bevordering van wereldburgerschap, millenniumdoelen en stedenbanden.
De aanvrager motiveert hoe de kosten die hierop betrekking hebben zich verhouden tot de rest van de begroting.
Van de aanvrager wordt daarnaast verwacht dat hij:
a. zijn activiteiten openstelt voor een zo breed mogelijk publiek, waar mogelijk moeten de activiteiten zo veel mogelijk ook toegankelijk zijn voor mensen met een beperking;
b. wanneer de aanvrager zich richt op activiteiten voor een speciale doelgroep wordt van hem verwacht dat hij drie activiteiten per jaar organiseert die toegankelijk zijn voor personen en organisaties die niet tot het directe netwerk behoren;
c. streeft naar samenwerking met andere en gelijksoortige organisaties;
d. vrijwilligers en deelnemers de mogelijkheid geeft invloed uit te oefenen op het beleid dat gevoerd wordt ten aanzien van de activiteiten;
e. optimale ontplooiingsmogelijkheden biedt voor vrijwilligers (bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen), vrijwilligers dragen maximaal bij aan het aanbod van activiteiten;
f. actief zoekt naar mogelijkheden om ook andere bronnen van financiering aan te boren en zijn zodoende voor hun bestaan niet geheel afhankelijk van gemeentelijke subsidies. (bijvoorbeeld via het idealenkompas, het Oranjefonds, het SKANfonds, de Rabo Foundation en het VSB Fonds)