De vastgelegde persoonsgegevens worden, na bewerking, verstrekt aan:
Het hoofd van de afdeling I& A om inzicht te verkrijgen in de mate van gebruik van de elektronische communicatiemiddelen. Het betreft hier dan slechts de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, sub a tot en met d in geaggregeerde, niet tot de persoon herleidbare vorm;
de verantwoordelijke indien er een redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen. Het betreft hier dan de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid;
degene(n) die op verzoek van de verantwoordelijke is (zijn) belast met of leiding geeft (geven) aan de uitvoering van de procedure “Onderzoek misbruik ICT bedrijfsmiddelen”. Het betreft hier dan de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid.
HOOFDSTUK 4
Artikel 10
Personen aan wie persoonsgegevens worden verstrekt
Onderdeel van Privacyreglement