Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Subsidiegrondslag

Onderdeel van Beleidsregel Subsidiëring Amateurkunst

Bij de berekening van de subsidie gaat het college uit van het aantal actieve leden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. De subsidie heeft de volgende berekeningsgrondslag: a. Een bijdrage van € 50,-- per actief lid; b. 50% van de kosten voor het uitvoeren van producties tot een maximum van € 1.500,-- per productie. Aan aanvragers die, in vergelijking met andere instellingen in dezelfde kunstcategorie, voor uitzonderlijk hoge huisvestingskosten worden geplaatst, zulks ter beoordeling van het college, kan een subsidie worden verleend in de huisvestingskosten. Bij de berekening van de subsidies worden de eigen inkomsten van de aanvrager in de vorm van contributies, recettes en andere inkomsten betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel