Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als
bedoeld in artikel 8,
vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:
de resultaten van een recent milieuhygiënisch
bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave
2009, in overeenstemming met het
onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1.
Milieuvergunningen en BSB (SDU, uitgave oktober
1993)
(vervallen).
Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding
bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder
mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in
de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede
plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707,
uitgave 2003.
De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling
omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking
heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is
aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit
omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze
verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het
Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II.
Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk
afwijken van de plicht tot het indienen van een
onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van
de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing
van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruibare
recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de
plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling
omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een
beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel
2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel
5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in
NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het
historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt,
dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen
verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN
5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen.
Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de
aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het
bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en
voordat met de bouw wordt begonnen.