Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 20:

Vaststelling subsidie

Onderdeel van Algemene Subsidie Verordening Veldhoven

1.. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 2.. Het college kan de subsidie in de in artikel 4:46, tweede lid, Awb genoemde gevallen lager vaststellen. 3.. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 4.. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. 5.. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste lid van artikel 18 dan wel artikel 19 genoemde termijn is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling. 6.. Het college is bevoegd de subsidie lager vast te stellen, indien de aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig wordt ingediend, waarbij de volgende systematiek van toepassing is: Ingeval van een subsidie die voor één boekjaar danwel schooljaar is verleend: indien het niet of niet tijdig indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling door de betreffende subsidieontvanger eenmaal geschiedt, kan het college bij de vaststelling van de subsidie besluiten een korting van 1/3 van het totale subsidiebedrag toe te passen. Indien in een daarop volgend subsidiejaar de aanvraag tot subsidievaststelling weer niet of niet tijdig wordt ingediend, kan het college besluiten een korting van 2/3 van het totale subsidiebedrag toe te passen. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling voor de derde maal daaropvolgend niet of niet tijdig wordt ingediend, kan het college besluiten de subsidie op nihil vast te stellen. Ingeval van een subsidie die voor meer dan één boekjaar danwel schooljaar is verleend: indien op grond van artikel 14 lid 4 geen korting is toegepast, kan het college bij de vaststelling van de subsidie besluiten een korting van 1/3 van het totale subsidiebedrag toe te passen. Indien op grond van artikel 14 lid 4 reeds een korting van 1/3 is toegepast en de aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig wordt ingediend, kan het college bij de vaststelling van de subsidie een korting van 2/3 toepassen ten opzichte van de in eerste instantie verleende subsidie. Indien op grond van artikel 14 lid 4 reeds een korting van 2/3 is toegepast, kan het college besluiten de subsidie op nihil vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel