Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.6

Aanvraag tot subsidievaststelling na verlening (art. 4:44 Awb)

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening 2007

1.. De subsidieontvanger dient binnen twaalf weken, na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend of het subsidietijdvak een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij de vaststelling van de subsidie anders is geregeld in een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 lid 1 Awb. 2.. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval de volgende onderdelen: een door het bestuur gewaarmerkt inhoudelijk verslag aangaande de gesubsidieerde activiteiten waarin in ieder geval de volgende onderdelen: een beschrijving van de aard en omvang van de activiteiten, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld (art. 4:45 lid 1 Awb); een vergelijking van de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen; een toelichting op de eventuele verschillen. een door het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en lasten en een balans met detoelichting daarop (art. 4:45 lid 2 Awb) voor zover deze van belang zijn voor de vaststelling van de subsidie. 3.. Het college kan ontheffing verlenen van één of meer onderdelen van het tweede lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend. 4.. Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie vragen, indien het college dit nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling. 5.. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kanhet college een termijn stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling (art 4:44 lid 3 Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel