**1 .** In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of indien de vergunninghouder stopt met de bedrijfsvoering kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder.
**2 .** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor de vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
**3 .** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of tweede lid, kan een werknemer of een medevennoot vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
**4 .** Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
**5 .** Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.10
Overschrijving vergunning
Onderdeel van Marktverordening 2007