Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 9 bevordert de voorzitter van het directieteam een goede samenwerking en samenhang tussen de organisatorische eenheden. Hij doet, indien noodzakelijk en met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, voorstellen aan het college tot het geven van richtlijnen aan de directeuren om de samenwerking en samenhang te verzekeren.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Regeling ambtelijke organisatie gemeente Kerkrade