Het marktgeld als bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van
artikel 4, wordt verschuldigd en moet worden voldaan op het
tijdstip waarop het gebruik van de grond, genoemd in artikel 1,
aanvangt.
Het marktgeld, als bedoeld in het tweede lid van artikel 4,
wordt verschuldigd en moet worden voldaan op het tijdstip waarop
de te verlenen dienst, genoemd in artikel 1, wordt
aangevraagd.
Indien het verschuldigde marktgeld niet op de in het eerste en
tweede lid genoemde tijdstippen kan worden vastgesteld, moet het
marktgeld worden betaald binnen drie weken na de dagtekening van
de schriftelijke kennisgeving, de nota of enig ander geschreven
stuk.
In de in het derde lid genoemde gevallen kan door de in artikel
231, tweede lid, onderdeel b,
van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar vorderen dat ter
voldoening van het
verschuldigde marktgeld een voorlopig bedrag wordt
betaald.
Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag
waarop het te vorderen bedrag
van het marktgeld vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op
het vastgestelde gevorderde
bedrag van het verschuldigde marktgeld.
Indien het voorlopig gevorderde bedrag hoger is dan het
vastgestelde bedrag, wordt het
verschil terugbetaald.
Hoofdstuk
Artikel 7.
Artikel 7.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden in de gemeente Wierden