Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 16

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffen en reinigingsrechten 2012

1.De belastingaanslagen als bedoeld in artikel 7 en artikel 13, onder 1, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste volzin geldt, in geval het totaalbedrag van de op één Aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 2.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het in het eerste lid bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel