de bijstand
Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot € 6000,- 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedraq van € 6000,- tot € 10,000,- 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden.
Indien de bijstand wordt verstrekt als bedoeld in artikel 3 lid 2 wordt de maatregel opgelegd tot 10% van het ten onrechte verstrekte bedrag.
De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Van een maatregel wordt afgezien zodra ter zake de gedraging strafvervolging is ingesteld of indien het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.