Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffingen

1.. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater genoemd in artikel 9a en 9b van de Wet op de waterhuishouding. 2.. Voor de belasting zoals is bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker beschouwd degene die, naar de omstandigheden beoordeeld, het perceel wel of niet door eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. 3.. Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen lid van dat huishouden. 4.. Het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel