Indien het beleidsvoornemen tot stand is gekomen naar aanleiding van een aanvraag van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon dan wel van een niet tot het provinciaal bestuur behorend bestuursorgaan, kunnen gedeputeerde staten de aanvrager in de gelegenheid stellen om zijn zienswijze te geven over de ingekomen mondelinge en schriftelijke reacties, alvorens zij hun standpunt bepalen.