**1.** Gedurende zes weken na de verzending van het ontwerpadvies kunnen de betrokkenen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, schriftelijk hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen bij de commissie. De commissie stelt degenen die een zienswijze hebben ingediend in de gelegenheid hun zienswijze in persoon of bij gemachtigde op een daartoe door haar te beleggen zitting voor één of meer van haar leden mondeling toe te lichten, daarbij desgewenst bijgestaan door deskundigen.
**2.** Van hetgeen op de zitting, bedoeld in het eerste lid, naar voren wordt gebracht wordt een verslag gemaakt.
**3.** Indien zienswijzen naar voren zijn gebracht stelt de commissie haar advies al dan niet gewijzigd vast en zendt dat gelijktijdig met het verslag van de zitting en haar beschouwingen omtrent de zienswijzen toe aan de betrokkenen, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
**4.** Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht stelt de commissie haar advies binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, vast en zendt dat toe aan de betrokkenen, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
**5.** De in het derde en vierde lid genoemde stukken worden tevens toegezonden aan gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie en, in geval het verzoek, bedoeld in 7.19, eerste lid, van de Waterwet, verband houdt met een door het bestuur van een waterschap verleende vergunning, aan het desbetreffende bestuur.
Artikel 9