Van het betalen van rechten zijn vrijgesteld:
vaartuigen die in eigendom toebehoren aan de leden van het Koninklijk Huis;
vaartuigen van buitenlandse mogendheden, die voor vlagvertoon Nederland bezoeken;
vaartuigen in directe dienst van het Rijk, of de provincie Groningen, mits daarmee geen goederen voor rekening van derden worden vervoerd;
opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart, zolang zij uitsluitend voor dit doel worden gebruikt;
hospitaalschepen, bedoeld bij de Wet van 30 december 1905, Staatsblad 383;
boten, behorende bij een vaartuig, waarvoor rechten zijn betaald of voor welk vaartuig krachtens het reglement geen rechten verschuldigd zijn;
vaartuigen, die op grond van een ontheffing of van de voorwaarden van een afzonder¬lijke vergunning van gedeputeerde staten van het betalen van rechten zijn ontheven;
vaartuigen, welke ten gevolge van gesloten water door ijs niet kunnen vertrekken, tenzij zij ook bij open water niet zouden zijn vertrokken, een en ander ter beoorde¬ling van het in artikel 2a, eerste lid, bedoelde hoofd van de afdeling Kanaalbeheer;
vaartuigen welke, anders dan in geval van tijdig aangekondigde stremming, moeten wachten op doorlating door brug of sluis;
Deze vrijstelling geldt tot de eerste gelegenheid om te vertrekken, doch niet langer dan 24 uren; een en ander ter beoordeling van het hoofd van de afdeling Kanaalbeheer van de provincie Groningen. De vrijstelling wordt tot ten hoogste viermaal 24 uur verlengd.