1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
€ 358,- voor een alleenstaande die recht heeft op de norm
bedoeld in artikel 20, lid 1 onder b van de wet, vermeerderd met
de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet;
€ 460,- voor een alleenstaande ouder die recht heeft op de norm
bedoeld in artikel 20, lid 2 onder b van de wet, vermeerderd met
de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet;
€ 511,- voor een gezin dat recht heeft op de norm bedoeld in
artikel 21, lid 1 van de wet.
(De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2012)
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
peildatum bepalend.
Indien een gezin slechts bestaat uit twee gezinsleden en één van
de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op
langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
januari geïndexeerd en aangepast met een percentage dat
overeenkomt met het percentage van de verhoging van het
wettelijk minimum loon. De normbedragen worden afgerond op hele
euro’s.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Wierden 2012