In lid 1 wordt aangegeven voor welke vormen van voorzieningen gekozen kan worden wanneer het college een keuzemogelijkheid geeft, in navolging van artikel 5 van de Wet.
Het tweede lid bepaalt dat een persoonsgebonden budget niet wordt verstrekt indien er overwegende bezwaren zijn tegen de verstrekking hiervan. De in artikel 6 van de Wet genoemde verplichting om bij een aanspraak op een individuele voorziening de keuze te bieden tussen een persoonsgebonden budget en een voorziening in natura is namelijk niet absoluut. Wanneer een primaat van toepassing is, is er geen keuzevrijheid. Dit wordt hieronder in de betreffende artikelen nader toegelicht.
Artikel 16