Naar hoofdinhoud
In artikel 4 lid 1 van de Wet wordt het college opgedragen om voorzieningen aan te bieden ter ondersteuning van het voeren van een huishouden. In deze verordening wordt dit onderdeel uitgewerkt in hoofdstuk 3, waarin het gaat om de voorziening “hulp bij het huishouden”. Hulp bij het huishouden kan in drie vormen als voorziening worden aangeboden. Onder artikel 18 sub 1a wordt genoemd de algemene voorziening; een snelle en eenvoudige dienstverleningsoplossing zonder veel administratieve rompslomp voor gemeente en aanvrager. Gedacht moet worden aan vormen van direct beschikbare hulp bij het huishouden vanuit bijvoorbeeld een wijksteunpunt, met name voor eenvoudige werkzaamheden, al dan niet op basis van een kortdurende hulpbehoefte. Het is aan een gemeente om te bezien of zij deze vorm van hulp bij het huishouden in het verstrekkingenpakket wil opnemen. Onder lid 2 a wordt genoemd de hulp bij het huishouden in natura. Ook hier gaat het om een vorm van persoonlijke dienstverlening, net als bij de in onder lid 1a genoemde vorm. Het verschil zit echter in de toekenningsprocedure, die meer op de persoon is afgestemd en in de regel meer geschikt zal zijn voor de wat grotere en langduriger behoefte aan hulp. Onder lid 2b wordt het persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden genoemd. Met dit persoonsgebonden budget moet de aanvrager zelf hulp inhuren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel