In principe is de verlening van woonvoorzieningen alleen mogelijk indien de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft in de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen. Een uitzondering kan gemaakt worden als de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting en regelmatig een bepaalde woning bezoekt. Het is dan mogelijk voorzieningen te verstrekken ten behoeve van het aanpassen van één woonruimte waar de aanvrager vaak verblijft, uiteraard met toestemming van de eigenaar van die woonruimte. De te verlenen woonvoorziening beperkt zich slechts tot het bezoekbaar maken van die woning omdat de aanvrager daar slechts geringe tijd verblijft. Uit doelmatigheidsoverwegingen is het daarom redelijk dat er geen volledige, maar een gedeeltelijke aanpassing van de woning plaatsvindt.
Onder het bezoekbaar maken van de woning wordt verstaan dat de aanvrager de woonkamer en één toilet kan bereiken en gebruiken.
Op grond van het vierde lid kan de raad in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Alphen aan den Rijn een maximumbedrag voor de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken vaststellen. Het vaststellen van een maximum bedrag voorkomt dat bij bezoekbaar maken dure aanpassingen aangebracht moeten worden terwijl in andere omstandigheden het primaat van de verhuizing gebruikt zou zijn.
Op grond van lid 5 kan een woning in de Gemeente Alphen aan den Rijn onder bepaalde voorwaarden logeerbaar gemaakt worden voor een persoon met beperkingen die in een instelling (binnen of buiten de respectievelijke gemeenten) verblijft. Het gaat hier bijvoorbeeld om een kind dat tijdens de weekenden en/of vakanties bij zijn ouders logeert.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 1
Artikel 28