Dit artikel geeft een rangorde aan van de in artikel 27 genoemde individuele woonvoorzieningen. Deze rangorde geldt ongeacht de vorm waarin de woonvoorzieningen worden verstrekt. Het primaat ligt bij de verhuizing. Eerst zal worden gekeken of verhuizing naar een andere woning een oplossing kan bieden. In feite gaat het om een uitwerking van de regel dat in beginsel wordt gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening.
Bij de afweging om het primaat van de verhuizing toe te passen, spelen wel diverse factoren een rol, zoals de financiele consequenties van verhuizen, de opgebouwde mantelzorg, het algehele sociale netwerk van de betrokkene binnen de nabije omgeving en de termijn waarbinnen de verhuizing kan worden gerealiseerd.
Het hanteren van het primaat verhuizen hangt nauw samen met het in artikel 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en het in artikel 2 lid 4 van de verordening opgenomen compensatiebeginsel. Het compensatiebeginsel houdt in dat het college bij het bepalen van de vooorzieningen rekening houdt met de persoonskenmerken, behoeften en de omstandigheden waarin de persoon met beperkingen verkeert. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de capaciteit van de persoon met beperkingen om uit oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2
Artikel 31