In dit artikel is geregeld dat een aanvrager voor een algemene rolstoelvoorziening in aanmerking kan komen als het gaat om incidenteel gebruik van de rolstoel, terwijl een rolstoel in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt zal worden als de rolstoel voor het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning langdurig medisch noodzakelijk is. Geen rolstoel wordt verstrekt als hulpmiddelen als krukken, een rollator, of andere hulpmiddelen een voldoende oplossing bieden voor het verplaatsingsprobleem.
Een persoon die in een AWBZ-instelling verblijft komt alleen voor een rolstoel in het kader van de Wmo in aanmerking, indien hij geen recht heeft op een rolstoel ingevolge de AWBZ. Deze bepaling komt overeen met de voor de Wvg geldende bepaling, die was opgenomen in artikel 1 lid 2 Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen.
HOOFDSTUK 6
Artikel 54