De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32 lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 37).
Bij een persoonlijk feit valt te denken aan een belediging van een raadslid of buitengewoon lid of aantijgingen die als onterecht worden ervaren. Als er sprake is van een persoonlijk feit, kan het desbetreffende raadslid of buitengewoon lid het woord vragen aan de voorzitter. De voorzitter verleent het woord nadat het persoonlijk feit is geduid.