Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Primaat van de verhuizing.

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

1. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren. 2. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. 3. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15, onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. 4. In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor een bedrag zoals door het college is vastgesteld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem is aangepast, kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt. De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld onder sub a is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met een maximum dat gelijk is aan de maximumhuur (kale huur) die van toepassing is voor de berekening van de huursubsidie. 5 Het college kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. Een tegemoetkoming in de kosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt alleen verleend als de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben. De maximale termijn dat een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt 6 maanden. In de onder sub a bedoelde gevallen kan alleen een tegemoetkoming in de kosten worden verleend als deze kosten gemaakt werden in verband met het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 6. Bij verhuizing naar een andere gemeente komen de kosten van verhuizing en inrichting voor rekening van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel