Naar hoofdinhoud
1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven; b. particuliere kindergraven; c. particuliere urnennissen; d. algemene graven. 2. In één graf mogen ten hoogste twee lijken of één lijk en één asbus worden begraven. De lijken zullen boven elkaar worden geplaatst. Bijzetting van een asbus is alleen toegestaan in een particulier graf, mits in dat graf al een bloed‑ of aanverwant tot de eerste graad of van een daarmee overeenkomende relatie ligt begraven. Bijzetting van een asbus op het graf is niet toegestaan. In een particuliere urnennis mogen 2 asbussen worden bijgeplaatst. De graven hebben de volgende afmetingen: a. algemeen en particulier graf: 2.00 m. in de lengte en 0.85 m. in de breedte; b. particuliere urnennis: 0.59 m. in de breedte en 0.52 m. in de hoogte (honingraatmodel); De algemene graven mogen niet anders zijn dan aardgraven. Bij het begraven van lijken mag geen gebruik worden gemaakt van lijkkisten die gas en vocht afsluiten of niet geheel van vergankelijk materiaal zijn vervaardigd, van kunststofonderleggers, noch van lijkhoezen die geheel of gedeeltelijk uit kunststoffen bestaan, tenzij deze kunststoffen van dusdanig materiaal zijn, zulks ter beoordeling van het college, dat deze geheel worden afgebroken. In door het college te bepalen gevallen, zal van het in lid 5 bepaalde mogen worden afgeweken.

Rechtspraak bij dit artikel