Een storting door een ontwikkelaar is vereist indien het aandeel sociale woningbouw in een project minder is dan het in de Woonvisie vastgestelde percentage. Het in de Woonvisie vastgestelde percentage bedraagt 30%.
Het college van burgemeester en wethouders stelt de grenzen van het projectgebied vast.
Iedere nieuwe woning in het projectgebied maakt onderdeel uit van de bepaling van het aandeel.
Stortingen in het fonds zijn gerelateerd aan de verkoopprijzen (v.o.n.) van de te realiseren woningen.
De storting in het fonds voor bouwkavels en huurwoningen wordt bepaald aan de hand van de getaxeerde waarde bij verkoop (v.o.n.) van de woning(en) op de vrije markt.
De storting in het fonds vindt plaats overeenkomstig de volgende tabel.
5.Stortingen in het fonds
5.Koopwoningen tot € 210.000 v.o.n.
.1.1.nihil
5.Koopwoningen vanaf € 210.000 v.o.n.
5.4% van de verkoopprijs v.o.n. per woning
Indien een project sociale woningbouw bevat, maar deze minder is dan het in de woonvisie vastgestelde percentage, dan is de storting verschuldigd naar rato van het niet gerealiseerde aandeel sociale woningbouw. Indien in het project in het geheel geen sociale woningbouw wordt gerealiseerd is derhalve de volledige storting verschuldigd.