Aan het privé-gebruik van bedrijfshulpmiddelen worden grenzen gesteld van nut en noodzaak.
Het is aan de verantwoordelijke leidinggevende of een daartoe aangewezen functionaris om te bepalen of aan deze vereisten wordt voldaan.
Bij geconstateerde overtredingen zullen, in het licht van de CAR/UWO, passende sancties worden opgelegd.