Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de volgende gegevens:
de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een aantal klokuren;
de aanduiding van de gymnastiekruimte- of ruimten waarin het gebruik wordt gewenst;
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek wordt gewenst.
De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, als bedoeld in het eerste lid, wordt beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 18, met dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is.
Het college stelt jaarlijks vóór 1 meivoorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende aanvragen een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.
Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende gegevens:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een gymnastiekruimte;
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt;
voorzover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school.
Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d. slechts op in hetvoorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadatrekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door degemeente in aanmerking komt.
Het voorstel tot inroostering wordt door het college vóór 15 mei na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De bevoegde gezagsorganen kunnen vóór 1 juni reageren op het voorstel tot inroostering.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen stelt het college voor 15 juni de definitieve inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimten voor het volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van één of meer in het overleg als gedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 21 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 27, vierde lid.
Hoofdstuk 6
Artikel 33
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hellendoorn 2010