Artikel 9, eerste lid, onder a, van de wet en artikel 37, eerste lid, van de loaw/loaz bepalen dat belanghebbende naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid dient te verkrijgen. Voor deze verplichting is mede van belang welke arbeid algemeen geaccepteerd wordt geacht.
Algemeen geaccepteerde arbeid is alle arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet ingaat tegen de integriteit van de persoon, waarbij zover dit mogelijk is wordt aangesloten bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de belanghebbende. De volgende uitgangspunten gelden als het gaat om de interpretatie van het begrip "ingaan tegen de integriteit":
Er is sprake van ingaan tegen de integriteit van de persoon bij werk in de prostitutie, bij illegale arbeid of bij arbeid tegen een lager salaris dan het voorgeschreven wettelijk minimum.
Van ingaan tegen de integriteit van de persoon kan ook sprake zijn als het werk indruist tegen zijn (geloofs)overtuiging.
Met indruisen tegen de integriteit van de persoon wordt niet bedoeld dat de belanghebbende werk mag weigeren dat hij onder zijn niveau vindt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Zaanstad 2008