Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf en twintig procent van de inkomensvoorziening gedurende de eerste maand, gerekend vanaf het moment waarop de jongere is aangesproken op zijn gedrag;
vijftig procent van de inkomensvoorziening gedurende de volgende maand, indien de jongere zijn gedrag niet of onvoldoende naar het oordeel van het college heeft verbeterd;
intrekking van het werkleeraanbod indien de jongere zijn gedrag na twee maanden, gerekend vanaf het moment waarop de sanctie is ingegaan, naar het oordeel van het college niet of onvoldoende heeft verbeterd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
De hoogte en de duur van de maatregel die onder de werking van de WIJ valt
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand en Wet Investeren in Jongeren