1.De subsidie wordt bepaald door:
a) het activiteitenbudget;
b) de subsidiabele kosten.
2.Tot de subsidiabele kosten behoren:
de kosten voor huisvesting (huur), voor zover deze
redelijkerwijs aan de te subsidiëren activiteiten kunnen worden
toegeschreven;
de kosten voor organisatie (schoonmaak, klein onderhoud e.d.)
voor zover deze niet zijn opgenomen in de huur en voor zover
deze redelijkerwijs aan de te subsidiëren activiteiten kunnen
worden toegeschreven.
3.De hoogte van de in het eerste lid, onder a, bedoelde subsidie stellen
burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.16
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Deelverordening Samenleving