**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in
werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een
telefoon inloggen op de centrale computer.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop
van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel
twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop
van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven, met dien verstande dat ontheffing
achterwege blijft indien het restitutiebedrag minder dan € 10,00
bedraagt.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Parkeerbelastingen 2012