Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank en/of de middelen als bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te nuttigen of te gebruiken of bij zich te hebben met het kennelijk doel dat op een openbare plaats te nuttigen of te gebruiken.
Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van alcoholhoudende drank geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de middelen als bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, geldt onverminderd het bepaalde in de Opiumwet.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 7.
Artikel 2:20
Verboden drank- en drugsgebruik
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening