De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats;
buiten de bebouwde kom op de weg;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
op een andere door het college aangewezen plaats.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd en in een afvalbak worden gedeponeerd.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 7.
Artikel 2:29
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening