In dit artikel wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan; dit mogen geen kansspelautomaten zijn.
HOOFDSTUK 5. › AFDELING 3.
Artikel 5:13
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening