Het is verboden in bossen, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode:
voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
De verboden in het eerste lid gelden niet als daarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
De verboden gelden voorts niet voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.
Artikel 2:9
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening