Het recht op een particuliere grafruimte of particuliere urnennis kan op verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, echtgenote of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende op naam van een ander dan de vorengenoemde personen is alleen mogelijk, als daarvoor naar oordeel van het college bijzondere redenen bestaan.
Na het overlijden van de rechthebbende kan de particuliere grafruimte of particuliere urnennis worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is alleen mogelijk, als daarvoor naar oordeel van het college bijzondere redenen bestaan.
Als na het overlijden van de rechthebbende het verzoek tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op de particuliere grafruimte te laten vervallen.
Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college de particuliere grafruimte of particuliere urnennis alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particuliere grafruimte of particuliere urnennis die inmiddels is geruimd.
Rechthebbende op een particuliere grafruimte of particuliere urnennis is verplicht bij adreswijziging daarvan kennis te geven aan het college.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Overschrijving van verleende rechten
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen