Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 20

Verwijdering grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen

De grafbedekking kan na het verstrijken of eindigen van de uitgiftetermijn en/of na intrekking van de vergunning voor de grafbedekking door de beheerder worden verwijderd. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd schriftelijk door het college aan de rechthebbende bekendgemaakt of, als het adres van rechthebbende onbekend is, door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 19 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in artikel 19 lid 2 genoemde termijn. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken; de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel