Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 24

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen

Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden schriftelijk door het college aan de rechthebbende bekendgemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende onbekend is, zal door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje en een mededeling op het infobord bij het begin van de begraafplaats het voornemen tot ruiming bekend worden gemaakt. De rechthebbende kan binnen dat jaar een verzoek indienen om de termijn voor het recht op de particuliere grafruimte te verlengen. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven of de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats(en). Belanghebbenden van een overledene die begraven is in een algemene grafruimte kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, als mogelijk, bijeen te brengen voor herbegraving elders. Belanghebbenden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. De rechthebbende op een particuliere grafruimte, kan bij het college een aanvraag indienen om de overblijfselen, voor eigen kosten, te laten verzamelen om deze opnieuw dieper in hetzelfde graf te laten plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te laten begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te laten verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel