Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Ordemaatregelen

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2017

Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. De beheerder kan degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden verwijderen of laten verwijderen. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden: buiten de daartoe aangewezen rijwegen, tenzij dit noodzakelijk is voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; sneller dan 10 km per uur. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het aan het onder a van het derde lid van dit artikel. Het is verboden: zich op hinderlijke wijze te gedragen. te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden. op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf. op de graven te lopen, te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen. de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen. iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledenen. dieren te begraven of as van dieren te verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel